Selectie

Het selecteren van zebravinken kunnen we in twee delen onderverdelen, namelijk enerzijds op uitwendige, zichtbare eigenschappen en anderzijds op inwendige, verborgen eigenschappen. Het hanteren van deze beide onderdelen is noodzakelijk om een stam, die zowel goede fokeigenschappen bezit als goede TT-resultaten geeft, op te bouwen.

Selectie op uitwendige eigenschappen

Selectie op inwendige eigenschappen





Selectie op kleur en tekening

Selecteren op kleur en tekening betekent selecteren naar de normen die vastgelegd zijn in de standaardeisen voor zebravinken. Aan de hand van de standaardeisen moet u als kweker uw vogels beoordelen op kleur- en tekeningsfouten. Onder tekening van een zebravink verstaan we oog- en snavelstreep, flanken, borsttekening, wangvlek en staarttekening. Aan deze eigenschappen worden eveneens eisen gesteld. Het is mogelijk dat die fouten niet zo zeer opvallen als kleur- en modelfouten, maar het kan u toch wat punten kosten. De kampioenstitel kan bijvoorbeeld verloren gaan doordat de staartblokken misschien wat rommelig waren.


Selectie op bevedering

Bij onze zebravinken kunnen we niet spreken van een opvallend zichtbare intensief- en schimmelfactor zoals bij andere vogelsoorten zoals de kanarie. Maar we moeten toch vaststellen dat de zebravink, ongeacht het formaat, in het bezit is van een korte of lange bevedering. Het is voor veel kleurslagen een noodzaak om de lengte van de bevedering goed in de gaten te houden. Een zebravink met een zeer korte bevedering (intensief) laat zelden of nooit een volumineus type zien. De veertjes liggen hiervoor te strak tegen het lichaam. Bij de witte zebravink kunnen we dan zelfs open plekken constateren op de vleugelbochten en in de wangen. Hierdoor zal de vogel op TT zwaar bestraft worden. Bij witte zebravinken zal het dus noodzakelijk zijn om de schimmelfactor (lange bevedering) in te kweken. De ideale bevederinglengte zal het midden houden tussen intensief en schimmel, afhankelijk van de kleurslag. U mag niet vergeten dat de hoeveelheid kleurstof in de veren genetisch bepaald is. Gaan we de vogels nu intensiever kweken, dan gaat de kleur door de kortere bevedering donkerder worden. Gaan we de schimmeltoer op, dan zal de kleur door de langere bevedering lichter zijn.De graad van intensiviteit is bij onze zebravink zeer eenvoudig vast te stellen. U moet enkel op de buik van de vogel blazen. Des te harder u moet blazen om de huid te zien, des te langer is de bevedering. De ideale showzebravink zal, naast een goed ontwikkelde spiermassa en sterk beendergestel, ook een voldoende lange bevedering bezitten. Als deze bevedering dan mooi aangesloten op de vogel ligt, zegt men dat deze zebravink in conditie is.


Selectie op formaat

Met recht en reden mogen we stellen dat de populariteit van de zebravink enorm toegenomen is, en dit door het feit dat de zebravink enorm forser geworden is. Om jullie even duidelijk te maken wat we bedoelen met model en formaat hebben we hieronder een tekening geplaatst van een ideale vogel.

Deze zebravink zit op de stok onder een hoek van 45° zoals de standaard eist. Zoals u ziet, zit deze vogel rustig op de stok en dit is de enige manier om formaat en model te beoordelen. De standaardeisen vragen een formaat tussen de 10,5cm en de 11,5cm, dit is de afstand tussen het voorhoofd en het staartuiteinde. Dit kan alleen in rust gemeten worden. Vermits dit niet eenvoudig is, maken wij twee vergrotingen van 10,5 en 11,5cm van deze tekening op gekleurd papier en plakken dit in een TT-kooi boven de zitstokken. Als u dan uw vogels in die kooi zet en tot rust laat komen, zult u zien welk vlees u in de kuip hebt. Zebravinken op een show van de speciaalclub voldoen meestal aan deze voorwaarde, maar best is toch uw vogels te selecteren in de richting van 11,5cm, zo kweekt u prachtige struise zebravinken.

Tip: Als u naar een verkoper gaat, neem dan uw TT-kooi met de twee tekeningen mee en geloof de verkoper niet die een vogel in de hand neemt en dan met een meetlat het formaat meet, dan bent u voor minstens 1,5 tot zelfs 2,5 cm gefopt.

Het formaat wordt door twee zaken bepaald zoals u duidelijk ziet op de tekening, vooreerst het skelet van de vogel en daarna de lengte van de staart. Beide zaken kunnen alleen optimaal uitgroeien als de vogel een volwaardige voeding krijgt.


Selectie op model

Het model zouden we kunnen omschrijven als de dikte van de vogel, de afstand tussen rug en buik. De standaardeis geeft hiervoor geen maten op, de liefhebber moet daarom de mooie ronde vorm van de zebravink in zijn geheugen prenten. Een zebravink moet goed breed in de schouders zitten, een mooie ronde kop hebben, grote ronde ogen en een volle borst.


Selectie op kop- en snavelvorm

Vooral op kop- en snavelvorm wordt steeds meer de nadruk gelegd. Een mooie ronde kop zal steeds gecombineerd zijn met een mooie kegelvormige snavel en zo hoort het ook. Dit betekent dat een platte kop en een lange snavel een vogel quasi waardeloos maakt. Met zulke vogels mag dus niet gekweekt worden, anders helpen we de stam naar de knoppen.


Selectie op onzichtbare eigenschappen

Ieder levend wezen is voor 50% gevormd door de eigenschappen van de vader en voor 50% door eigenschappen van de moeder. Deze oudervogels hebben hun eigenschappen dan op hun beurt ook weer van hun ouders, zodat we kunnen stellen dat een jonge zebravink: 25% van de erfelijke aanleg heeft van de vier grootouders, 12,5% van de erfelijke aanleg van de acht overgrootouders, 6,25% van de erfelijke aanleg van de zestien betovergrootouders, … . En zo kunnen we doorgaan tot in het oneindige, je zou gemakshalve kunnen stellen dat het vrijwel onmogelijk is om te voorspellen hoe een toekomstig jong er zal uitzien. Er kunnen zoveel onzichtbare en verborgen eigenschappen van de voorouders roet in het eten komen gooien. Daarom is het van het grootste belang om ongewenste eigenschappen via selectie te elimineren om daarna via kweek in nauw stamverband de gewenste eigenschappen te verbeteren.


Selectie op houding en karakter

De houding is erfelijk bepaald voor zover het de bouw van het lichaam betreft. Een goede houding is noodzakelijk om een goed model te laten zien. Als we alles in het werk gesteld hebben om via jarenlange selectie alle modelfouten te elimineren, is het nodig dat de vogel al die positieve punten ook laat zien, en dat kan alleen als deze rustig en kalm een goede houding aanneemt. Op zo een moment showt de vogel zich alsof hij weet dat hij mooi is.

Rustige vogels met een goede houding zullen veel meer punten scoren dan een evenwaardige vogel die als een beest in zijn kooi tekeer gaat. Beginnende liefhebbers beginnen dan ook best met rustige vogels. Deze zullen tevens betere kweekresultaten geven. Kalme en rustige vogels verkrijgt men door een gerichte verzorging. Dagelijks met de vogels bezig zijn, is dus noodzakelijk. Heb geen schrik om regelmatig nestcontrole te doen bij de broedende ouders, zo worden de jongen u van bij de geboorte gewoon. Als u ze na zes weken speent van hun ouders, plaats ze dan eerst enige tijd in een TT-kooi en pas daarna in een kleine vlucht. Vogels die zich niet aanpassen in deze vluchten gaan er onherroepelijk uit. Aan vogels die de anderen de veren van het lijf rukken heb je niets, evenmin aan deze die steeds in een hoekje verlegen weggetrokken zitten en nauwelijks durven eten.


Selectie op kweekeigenschappen

Wanneer je met zebravinken start, wordt je keuze bepaald door de kleur. Het is pas in de broedkooi dat je te weten komt hoe de fok- of kweekeigenschappen zijn. Pas aangekochte vogels hebben een aanpassingsperiode nodig, want alles is nieuw voor deze vogels: de hoeveelheid en het aantal uren licht, de temperatuur, de kooien, de voeding, de verzorger, enz. Gun uw nieuwe vogels dus minstens zes weken de tijd om zich aan te passen. Als u denkt dat ze aangepast zijn, en dus klaar voor de kweek, dan moeten ze ook kweekeigenschappen laten zien: broeden ze vast, weinig of geen eieren bevrucht, voederen ze goed, plukken ze de jongen niet, enz. Voldoen ze niet aan de voorgenoemde eigenschappen, dan hebben ze slechte kweekeigenschappen, en dan moet u voor uzelf uitmaken of u met zulke vogels verder gaat of niet. Het risico is niet uit te sluiten dat u na verloop van tijd alleen nog vogels hebt met slechte kweekeigenschappen en dat mag niet de bedoeling zijn. Noteer alles in uw kweekadministratie en verkies te kweken met vogels die uit nesten van drie tot vijf jongen komen.


Selectie op gezondheid

Deze selectie zou eigenlijk uw eerste selectie moeten zijn. Ongezonde vogels moeten eruit. Zorg ook dat zieke exemplaren niet de kans krijgen om uw gans bestand aan te tasten. Zieke vogels moeten naar een aparte ruimte gaan, waar u besluit wat er verder moet ondernomen worden. Wij raden u aan om een gespecialiseerde dierenarts te raadplegen zodat u een bepaalde ziekte in uw bestand kan uitsluiten. Is deze uitslag negatief, en de toestand van de vogel verbetert niet, dan is het best om deze vogel op te ruimen. Hoe hard dit ook mag klinken voor een beginnende liefhebber: soms moet u de taak van de roofvogel in de natuur overnemen. Een zebravink dood u vrijwel onmiddellijk en op een humane manier door chloroform (of iets anders verdovend) bij de apotheker te halen en dit op de neusdoppen te doen. De vogel slaapt alzo heel zacht in. Daarnaast zijn er nog legio andere manieren maar u beslist zelf hoe u een ongeneeslijke zebravink uit zijn lijden helpt. Op één manier doet u dat zeer zeker niet en dat is door zelf zwak te zijn en hem in leven te laten; dit is een passieve vorm van dierenmishandeling. Ook een zieke vogel de vrijheid geven en laten verhongeren is zo een vorm van mishandeling.

© The World Of Zebrafinches – Jos & Sebastien Libens